terug naar de blog

Het $234-miljard-verhaal: hoe agents de softwaremarkt hertekenen

Gartner zet een prijskaartje op de verschuiving die agents in de softwarewereld veroorzaken. Wat 'agentic arbitrage' is, waarom het een metamorfose is en geen ondergang, en wat het betekent als jij software inkoopt.

· 5 min lezen

saasmarktstrategie

Er gaat een getal rond in de softwarewereld dat de aandacht trekt: tot 234 miljard dollar aan uitgaven aan bedrijfssoftware staat tot 2030 op de tocht door agentic AI, zo’n 20% van alle SaaS-uitgaven, volgens Gartner (2026). SaaS staat voor software-as-a-service: programma’s die je per gebruiker per maand afneemt in de cloud, van je CRM tot je boekhoudpakket. Een groot getal, en makkelijk om er een doemverhaal van te maken. Dat is het niet. Het is een verhaal over waar de waarde van software naartoe verschuift — en dat raakt elke organisatie die vandaag software inkoopt.

Wat “agentic arbitrage” betekent

De term die Gartner gebruikt is agentic arbitrage. Klinkt technisch, maar het idee is eenvoudig. Vandaag betaal je voor software per stoel: elke medewerker die het pakket opent, kost een licentie. Die logica gaat kraken zodra een agent het werk overneemt.

Een agent is software die zelfstandig een taak uitvoert over meerdere systemen heen. In plaats van dat een medewerker inlogt bij het CRM, dan bij het facturatiesysteem, dan bij de mailbox, doet de agent dat coördinatiewerk zelf — en levert de uitkomst direct af. Het gevolg: mensen openen de onderliggende software steeds minder vaak zelf. De applicatie wordt, in de woorden van Gartner (2026), onzichtbaar. En als niemand meer inlogt, wankelt het hele idee van betalen per gebruiker.

Dat is de arbitrage: de waarde verschuift van “toegang tot een interface” naar “een afgeronde uitkomst”. De schermen, dashboards en knoppen waar softwareleveranciers jarenlang op concurreerden, zijn ineens geen onderscheidend vermogen meer.

Waarom het een metamorfose is, geen apocalyps

In de markt circuleert het woord “Saaspocalypse” — het idee dat de hele SaaS-industrie zou instorten. Gartner (2026) herdefinieert dat bewust: minder een ondergang, meer een gedaanteverwisseling. SaaS verdwijnt niet, maar komt in een andere vorm terug. Dat onderscheid is belangrijk, want het bepaalt hoe je erop reageert.

Bij een ondergang zou je je schrap zetten en afwachten. Bij een metamorfose verschuift het speelveld en ontstaan er nieuwe posities — voor gevestigde partijen én voor nieuwkomers. Leveranciers die vasthouden aan hun dashboards en stoel-licenties lopen risico. Leveranciers die hun capaciteiten inbedden op het punt waar het werk gebeurt, en die klantkennis en context vasthouden, kunnen juist sterker uit de verandering komen.

Er is nog een reden om het geen ondergang te noemen: er ontstaat tegelijk een nieuwe markt. Bain (2026) becijfert een kans van 100 miljard dollar in de Verenigde Staten voor softwarebedrijven die met agents juist het handmatige coördinatiewerk tússen systemen automatiseren — het overtypen, controleren en doorzetten van gegevens dat nu nog mensen doen. Daarvan is pas 4 tot 6 miljard dollar daadwerkelijk vastgepakt; ruim 90% ligt nog open. Tel je Canada, Europa, Australië en Nieuw-Zeeland erbij op, dan komt Bain (2026) uit op ongeveer 200 miljard dollar. Met andere woorden: er verdwijnt budget aan de ene kant, en er ontstaat nieuw budget aan de andere kant.

Van features naar uitkomsten

Voor jou als inkoper van software zit de echte verschuiving in wat je koopt. Jarenlang was de vraag: welk pakket heeft de meeste functies? Gartner (2026) signaleert dat die vraag verandert. Meer AI-functies toevoegen levert vaak meer kosten op, geen betere resultaten. De vraag wordt: welk systeem levert mij de beste uitkomst?

Dat vraagt iets anders van een leverancier. Niet nog een dashboard, maar een systeem dat diepe institutionele kennis en klantcontext over tijd vasthoudt. Want daar zit het verschil tussen een agent die zelfverzekerd de plank misslaat en een agent die het werk gewoon goed doet: niet in het model, maar in de kennis, de rechten en de kaders eromheen.

Concreet betekent dit dat je bij een softwarekeuze andere vragen gaat stellen:

  • Welke uitkomst levert dit systeem me op, en hoe wordt die gemeten?
  • Houdt het onze eigen context en kennis vast, of begint elke agent blanco?
  • Kunnen we agents laten werken over de grenzen van dit ene systeem heen?
  • Zitten we straks vast aan één leverancier, of blijven we vrij om te wisselen?

Wat je nu al kunt doen

Deze verschuiving voltrekt zich niet in één kwartaal, maar volgens Bain (2026) wordt de tijdlijn wél in kwartalen gemeten, niet in jaren. Genoeg reden om er nu al naar te handelen, zonder overhaaste bewegingen.

Drie stappen die vandaag al zinvol zijn:

  1. Breng je coördinatiewerk in kaart. Waar zitten de mensen die de hele dag gegevens overtypen tussen systemen, aanvragen controleren en doorzetten? Precies dat werk is het meest kwetsbaar — en het meest waardevol om als eerste te herontwerpen.

  2. Koop op uitkomst, niet op stoelen. Bij nieuwe contracten of verlengingen: vraag leveranciers welke uitkomst ze garanderen en hoe ze dat meten. Laat je niet blindstaren op het aantal functies.

  3. Bewaak je vrijheid om te wisselen. De markt beweegt snel en modellen verbeteren doorlopend. Zorg dat je eigen kennis en context los staan van één leverancier of één model, zodat je kunt overstappen zodra er iets beters komt. Wij bouwen daarom bewust model-agnostisch: per taak het best passende model, en de mogelijkheid om te wisselen ingebouwd vanaf dag één.

Het getal van 234 miljard is geen aankondiging van het einde. Het is een signaal dat de waarde van software verschuift van de interface naar de uitkomst. Wie dat vroeg ziet, koopt slimmer in en herontwerpt het werk waar het écht loont.


Wil je weten welk coördinatiewerk in jouw organisatie zich het eerst leent voor een agent? Plan een vrijblijvend gesprek — we brengen het samen concreet in kaart.

Benieuwd wat dit voor jouw organisatie betekent?

In een kennismaking maken we het concreet: welk proces zich bij jou het best leent voor een eerste agent, en wat die moet kunnen om zich te bewijzen.